Cactus verpotten zonder prikken: zo pak je het aan

Een cactus verpotten doe je het liefst in het voorjaar, in droge cactusgrond en een pot met een gat in de bodem. Haal de plant voorzichtig uit de oude pot, bescherm je handen tegen de stekels en wacht na het verpotten enkele dagen met water geven.
De meeste cactussen groeien langzaam en hoeven niet elk jaar een grotere pot. Verpot wel als de wortels weinig ruimte meer hebben, de grond slecht water doorlaat of de plant topzwaar wordt.
Wanneer kun je een cactus verpotten?
Het voorjaar is een geschikt moment om een cactus te verpotten, bijvoorbeeld tussen maart en mei. De plant begint dan weer te groeien en kan herstellen van eventuele beschadigingen aan de wortels.
Groeit de cactus scheef omdat de pot te klein of te licht is? Komen er wortels uit het gat onderin? Dan is het tijd voor een nieuwe pot. Ook als de aarde hard en compact is geworden, kan verse grond helpen.
Bij een zachte, rottende cactus is wachten tot het voorjaar niet verstandig. Haal de plant uit de natte grond en bekijk de wortels. Stevige wortels kun je laten zitten, zwarte en zachte delen kun je met een schoon mes verwijderen. Laat snijplekken eerst drogen voordat je de cactus in droge grond zet.
Welke pot en grond heb je nodig?
Kies een pot met een afvoergat, zodat overtollig water weg kan. Een terracotta pot is stevig en laat vocht sneller verdampen dan een plastic pot. Zet er eventueel een schotel onder, maar laat daar geen water in staan.
Een nieuwe pot die ongeveer 3 centimeter breder is dan de oude is meestal groot genoeg. In een veel te grote pot blijft de aarde langer vochtig, waardoor de wortels kunnen gaan rotten.
Gebruik cactusgrond: die laat water sneller door dan gewone potgrond. Je kunt ook gewone potgrond mengen met grof zand en bijvoorbeeld puimsteen of perliet. Gebruik geen fijn speelzand, want dat kan de grond juist dicht maken. Een laag stenen onder in de pot is geen vervanging voor een afvoergat.
Cactus verpotten in een paar stappen
Geef de cactus enkele dagen voor het verpotten geen water. Droge grond laat makkelijker los en beschadigde wortels zijn minder kwetsbaar voor rot.
- Bescherm je handen. Draag stevige handschoenen en vouw een strook dik papier of karton om de cactus. Gebruik die als handvat. Kleine stekels kunnen ook door handschoenen heen prikken.
- Haal de plant uit de pot. Kantel de pot en houd de cactus met het papier vast. Knijp bij een plastic pot voorzichtig in de zijkanten als de kluit vastzit. Trek niet hard aan de plant.
- Bekijk de wortels. Schud losse oude aarde voorzichtig weg. Laat gezonde wortels zoveel mogelijk met rust en verwijder alleen duidelijk dode of rotte delen.
- Vul de nieuwe pot. Doe een laag cactusgrond onderin en zet de plant erop. De voet van de cactus moet ongeveer even diep staan als in de oude pot.
- Vul de ruimte op. Strooi grond rondom de wortels en druk die licht aan. Laat bovenaan wat ruimte over, zodat water later niet meteen over de rand loopt.
Bij een grote of zware cactus is een extra paar handen handig. Leg de plant eventueel voorzichtig op een dikke, opgevouwen handdoek terwijl je de pot losmaakt.
Water geven na het verpotten
Geef niet meteen water. Wacht meestal ongeveer vijf tot zeven dagen, zodat kleine beschadigingen aan de wortels kunnen drogen. Zet de cactus in die tijd op een lichte plek, maar niet direct in felle zon.
Geef daarna een beetje water en laat de grond weer volledig uitdrogen voordat je opnieuw giet. Zo krijgt je cactus de tijd om in zijn nieuwe pot te herstellen.



